Eeuwenlang was wandelen voor de mens een noodzaak om van het ene naar het andere punt te kunnen komen. Paard en wagen, postkoets, trekschuit e.d. stelden de mens in staat zich makkelijker te verplaatsen. Maar pas nadat andere vormen van vervoer (fiets, tram, bus, trein en later vooral de auto) bereikbaar werden voor de grote massa, was het lopend afleggen van grote afstanden geen pure noodzaak meer. Vanaf dat moment werd lopen (wandelen) een vorm van vrijetijdsbesteding; een sport.
Een sport voor (bijna) iedereen: van heel jong, tot heel oud. De sport kent immers geen tijdwaarnemers om de prestaties te meten. Nee, iedereen levert zijn of haar prestatie, op eigen niveau. Of men nu tachtig kilometer in tien uur aflegt, of een hele dag uittrekt voor een tocht van vijf kilometer; men beoefent de wandelsport op zijn eigen niveau, op tijden die het beste uitkomen en in het gezelschap dat de wandelaar zelf verkiest. Geen wonder dus dat het wandelen een grote schare liefhebbers telt. Liefhebbers van een gezonde manier van bewegen (op een enkele blaar na zijn blessures in deze tak van buitensport vrijwel onbekend), van gezelligheid (er is onderweg alle tijd voor een babbel met andere deelnemers) en van de natuur.
Wie dat wil, vindt in het wandelen bovendien een uitdaging. De uitdaging om een bepaalde afstand lopend af te leggen. Beginnend met vijf, tien of vijftien kilometer, kan die uitdaging uitgroeien tot wandelingen van veertig, vijftig of meer kilometer, al dan niet tijdens een meerdaagse tocht.
De meeste georganiseerde wandeltochten zijn in het weekeinde, maar wie zelf wil uitmaken wanneer hij wandelt, kan kiezen voor de zogenaamde recreatieve wandelpaden. Een dicht netwerk van deze paden doorkruist Nederland en is op alle dagen te bewandelen, waarbij de wandelaar zelf de per dag af te leggen afstand bepaalt.
De ene wandelaar wil er in z’n eentje op uittrekken om in de natuur z’n gedachten de vrije loop te laten. De ander loopt graag samen met een vriend of vriendin, of met het gezin. Weer anderen verkiezen het wandelen in groepsverband via wandelsportverenigingen, waarvan de leden gezamenlijk wandeltochten bezoeken.
Juist deze variatie in mogelijkheden maakt wandelen bij uitstek tot een sport die voor bijna iedereen geschikt is. En een groot deel van de wandelaars beleeft veel plezier aan het wandelen in georganiseerd verband, dat wil zeggen aan het deelnemen aan tochten die worden georganiseerd door wandelsportverenigingen of -bonden. Lidmaatschap is daarbij niet verplicht. Integendeel: niet-leden zijn van harte welkom, al betalen ze voor hun deelname meestal wel iets meer dan een lid.






